Zoutkamp aan de Lauwerszee 1932

Zoutkamp aan de Lauwerszee 1932

Vóór 1969 lag Zoutkamp aan zee, de Lauwerszee. Het was een bruisende vissersplaats, vergelijkbaar met de haven van Lauwersoog nu. Maar waarom is dat nu niet meer zo?

De Lauwerszee was een baai in het noordwesten van de provincie Groningen. De naam is afkomstig van de Lauwers, de grensrivier tussen de provincies Groningen en Friesland. De zee werd in de volksmond Lauwerszee genoemd.

Zoutkamp aan de Lauwerszee

Eeuwen lang heeft Zoutkamp geleden en genoten van zijn prominente plek aan de Lauwerszee. Geleden in de Tachtig Jarige Oorlog, en daarna genoten als belangrijke vissersplaats.

Zoutkamp was in al die jaren voor de scheepvaart de enige directe toegangsweg naar de stad Groningen.

Wat was de Lauwerszee precies?

De Lauwerszee was een zeetong die in een zware storm rond het jaar 1280 is ontstaan. Het was een zee vergelijkbaar met de huidige Waddenzee, en liep tijdens eb grotendeels leeg. Deskundigen dachten ook dat de zee uiteindelijk ‘vanzelf’ dicht zou slippen.

Zoutkamp, dat rond 1400 aan de kust van de Lauwerszee is neergezet als vesting, heeft in de eeuwen daarna geleefd met, en gevochten tegen de zee.

Totdat in 1877 de Grote sluis bij Zoutkamp de Lauwerszee van het Reitdiep afsloot, hadden plaatsen langs het Reitdiep tot en mét de stad Groningen last van eb en vloed. Het dorp Zoutkamp was enigzins beschermd tegen de zee door een afsluitbare dijk.

Deze dijk en de dijkgaten mét balken voor het afsluiten zijn nog altijd aanwezig in Zoutkamp. Een deel van de dijk loopt dan ook nog door het dorp.

Samen met de grote sluis is ook een brug over het Reitdiep gelegd, wat eindelijk een vaste verbinding tussen Zoutkamp en de Nittershoek (‘zuudwal in de volksmond’) bracht. Hiervoor was de enige verbinding over het Reitdiep een veerboot. Het bekende veerhuisje van toen staat nog altijd in de haven van Zoutkamp.

De afsluiting van de Lauwerszee

Vroege plannen

De eerste plannen voor afsluiting van de Lauwerszee dateren al van 1849 en zijn afkomstig van waterstaatsingenieur Van Diggelen. Zijn belangrijkste argument voor een eventuele afsluiting van de Lauwerszee waren de verbetering van de afwatering van het achterland omdat door verzanding van geulen in de Lauwerszee de (regen)waterafvoer was verslechterd. Daardoor zouden in natte perioden grote gebieden in Groningen en Friesland kunnen overstromen. Vanwege economische en politieke argumenten gingen deze plannen niet door.

Afronding landaanwinningswerken

In de jaren dertig van de vorige eeuw kwam de afsluiting van de Lauwerszee opnieuw in beeld, nu ter afronding van de landaanwinningswerken. De Staat was namelijk, in het kader van de werkverschaffing, begonnen met grootschalige landaanwinningswerken en had het plan om een dijk van Ezumazijl naar Zoutkamp aan te leggen. Ook dit plan belandde in de kast. Wel kwam er een Technische Werkcommissie Lauwerszee, met als opdracht het maken van een plan voor de afsluiting van de Lauwerszee.

De Lauwerssé moat ticht!

De stormramp in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 en de Kerstvloed van 1954 hebben grote invloed op de plannenmakerij. De argumenten ‘het vergroten van de veiligheid’ en ‘het verkorten van de kustlijn’ gingen opeens een grote rol spelen.

Verschillende plannen om de Lauwerszee in te dammen.

Verschillende plannen om de Lauwerszee in te dammen.

Rijkswaterstaat had twee opties: de omliggende zeedijken (32 km) van de Lauwerszee op Deltahoogte brengen of de aanleg van een 13 km lange afsluitdijk. Ondanks het feit dat afsluiting de afwatering van 200.000 hectare achterland verbetert en landwinst opleverde, wou de regering, uit financieel oogpunt, de bestaande dijken verhogen.

Dit was echter niet naar de zin van de Friezen. Massale protesten, o.a. 135.000 handtekeningen, vallen de regering ten deel. Het grootste deel van de bevolking kiest voor veiligheid: ‘Lauwerssé moat ticht’ staat er op posters achter de ramen aan de Friese kant te lezen.

Tegenstand uit Zoutkamp

Tegen de afsluiting zijn de garnalenvissers uit Zoutkamp. De vissers verdienen hun brood met het vissen op garnalen, uit onder andere de Lauwerszee. Buiten de gevolgen voor de visserij, zou de Lauwerszee na afsluiting veranderen in een troosteloze modderpoel.
Ook natuurbeschermers zijn tegen: een van de laatste inhammen van de Waddenzee verdwijnt, inclusief zeehonden, eidereenden en de natuurlijke dynamiek van het gebied. Toch zwicht de regering uiteindelijk voor de druk van de Friezen. In 1960 valt dan ook het Besluit tot droogmaking van de Lauwerszee.

Afsluiting

In 1961 begon Rijkswaterstaat met dit immense project. Naast een 13 kilometer lange afsluitdijk moest men ook spuisluizen en een schutsluis bouwen.

Werkhaven Oostmahorn

Werkhaven Oostmahorn

Als eerste werd begonnen met de aanleg van een werkhaven bij Oostmahorn. De werkhaven deed dienst als ligplaats voor de baggerschepen en als veerhaven voor de verbinding met het nog te bouwen werkeiland.

Dit werkeiland, “Lauwersoog”, zou op een zandplaat ten oosten van de vaargeul naar Oostmahorn komen. Het grootste probleem hier was dat op ondiep water gewerkt moest worden.
De bouwplaats was moeilijk bereikbaar voor de grote schepen die de benodigde materialen naar het eiland moesten brengen. Alle werkzaamheden konden eigenlijk alleen bij vloed worden uitgevoerd.

Het eiland zou worden gebruikt voor de bouw van de afwateringssluizen, de schutsluis en de caissons. Daarnaast zou het eiland dienen als verblijfplaats voor de ongeveer 150 arbeiders. Hiervoor moesten een aantal bijzondere voorzieningen worden getroffen. Er werd een waterleiding (8 km) aangelegd vanaf de Groninger kust. Voor de benodigde energie werden twee 10.000 volt kabels vanaf de Friese kust over de zeebodem aangelegd. Voor de telefoonverbinding werd een straalzender geïnstalleerd en voor het geval er ernstige ongelukken zouden gebeuren werd er een helikopterhaven aangelegd.

In 1962 begon men met het opspuiten van het werkeiland. In 1963 was werkeiland Lauwersoog, 1240 meter lang en 550 meter breed, klaar voor gebruik. Na het opspuiten van het eiland werd in hetzelfde jaar met de bouw van de sluizen begonnen.

De uitwateringssluizen zijn eigenlijk niet meer dan 12 grote betonnen kokers onder de dijk door, waardoor het water uit het Lauwersmeer met laagwater in de Waddenzee kan stromen. Elke koker is 10 meter breed, zodat de totale doorstroom- breedte 120 meter is. Als de sluizen openstaan ontstaat er een kolk van ongeveer 65 meter lang en 9 meter breed. De afwateringssluis en de schutsluis, voor het naar binnen en buiten laten van schepen, werden allebei voltooid in 1967.

Intussen was men ook begonnen met de aanleg van de dijk die de Lauwerszee moest gaan afsluiten. Naast de werkhaven Lauwersoog kwamen twee extra werkhavens; één tussen Lauwersoog en de Friese kust (Hoek van de Bant) en één tussen Lauwersoog en de Groninger kust (Vierhuistergat). In 1963 begon Rijkswaterstaat vanuit Lauwersoog in de richting van de Groninger kust met de aanleg van de eerste 1500 meter van de afsluitdijk.

Het jaar daarna volgde het 2500 meter lange dijkgedeelte van de werkhaven Vierhuistergat tot aan de Groninger kust. Hierna werd in 1968 de werkhaven aan het Vierhuistergat verbonden met het dijkgedeelte bij Lauwersoog. Het werkeiland Lauwersoog had nu een verbinding met het vaste (Groninger) land. Aan de Friese kant werd ook niet stilgezeten. In 1965 was men begonnen met de aanleg van de 1500 meter lange dijk van de werkhaven bij de Hoek van de Bant naar de Friese kust en het jaar daarna werd een dijk aangelegd vanuit Lauwersoog in de richting van de Friese kust. Tussen beide dijken bleef een gat van 900 meter over.

Dit zogenaamde “sluitgat” werd gedicht met behulp van caissons. Dit zijn enorme betonnen bakken die drijven, boven een in zee gelegde drempel gevaren worden en dan tot zinken worden gebracht. Dit afzinken is een heel specialistisch en moeilijk karwei. De caissons moesten precies op de drempel terecht komen, waarna ongeveer de helft boven het waterpeil bleef uitsteken. Tegen de afgezonken caissons kon de dijk worden gelegd.

Het werkeiland Lauwersoog met de caissons.

Het werkeiland Lauwersoog met de caissons.

Deze caissons zijn 33 meter lang, 15 meter breed en 12 meter hoog. Elk caisson bestaat uit zes sluizen die met een stalen klep gesloten konden worden. Alle 25 caissons zijn gebouwd op een speciaal gedeelte van het werkeiland Lauwersoog, dat beneden het zeewaterpeil lag (de huidige jachthaven Noordergat).

Om de caissons naar de juiste plek te brengen, stak men de dijk rond dit terrein door, zodat de caissons gingen drijven. Tijdens kenteringen (tussen eb en vloed), toen het zeewater vrijwel stilstond, voer men de caissons naar hun plaats, liet ze zinken en zette ze vast op de zeebodem.

Op 23 mei 1969 werden, onder het toeziend oog van koningin Juliana, de laatste twee caissons gekoppeld ingevaren en afgezonken.

De plaatsing van de laatste twee caissons, 23 mei 1969

De plaatsing van de laatste twee caissons, 23 mei 1969

Op 25 mei 1969 is het dan eindelijk zover: op het moment dat de ebstroom uit de Lauwerszee ophoudt, sluit men alle 150 kleppen van de caissons tegelijk: de afsluiting is een feit. Het Lauwersmeer is geboren… de afwerking van de dijk komt in 1970 gereed. De caissons zijn onder het dijklichaam verdwenen en niet meer te zien.

De Lauwerszee wordt Lauwersmeer

Met het neerlaten van de kleppen in de caissons op 25 mei 1969 kwam een einde aan een periode van ongeveer 1000 jaar, waarin de Lauwerszee een onderdeel vormde van de Waddenzee.

Voor het eerst hadden eb en vloed geen invloed meer. Na de afsluiting zag het Lauwersmeer eruit als een stuk van de Waddenzee bij eb. Een uitgestrekte zand- en slikvlakte (ongeveer 9000 hectare) met bochtige geulen en prielen.

Het meerwater en het grondwater waren in het begin zout. Het Lauwersmeer werd gebruikt als boezemmeer. Zowel Friesland als Groningen lozen hun regenwater gedeeltelijk op het meer. Als het tij gunstig is gaat de sluis bij Lauwersoog open om het teveel aan water naar de Waddenzee te laten stromen.

De sluizen en de haven van Lauwersoog in 2011. De Waddenzee rechts, het Lauwersmeer links.

Een recente foto van de sluizen en de haven van Lauwersoog (augustus 2011). Het Lauwersmeer links, de Waddenzee rechts.
Foto van Joop van Houdt

Door dit “doorspoelen” was het water van het Lauwersmeer na een aantal maanden al zoet. Er ontstond een unieke situatie; het water was zoet en was omgeven door land dat nog zout was. (Het duurt namelijk veel langer voordat de regen al het zout uit de bodem heeft weggespoeld.)

Nationaal Park Lauwersmeer

De afsluiting was een enorme ingreep. Zoutkamp verloor haar bruisende hart; de visserijhaven verplaatste zich noodgedwongen naar Lauwersoog. De vlag hing zelfs halfstok toen koningin Juliana het dorp op 23 mei 1969 bezocht. Er ging een prachtig stuk waddennatuur verloren.

Toch heeft het vriend en vijand verbaasd hoe snel de natuur het Lauwersmeer heeft omgetoverd tot een geheel nieuw natuurgebied met internationale allure. Binnen dertig jaar de titel Nationaal Park waard, een prestatie van formaat.

Nationaal Park Lauwersmeer 2013

Nationaal Park Lauwersmeer 2013

Het Nationaal Park Lauwersmeer is uniek in zijn soort. Kenmerkend is het open en uitgestrekte landschap. En zo’n open landschap is een aantrekkelijk leefgebied voor verschillende dieren en planten. Zo biedt dit landschap elk jaar aan honderdduizenden vogels rust en voedsel.